eenkomst, verdrag. —al, —ary, a. overeengeko- 4 Coon (koen'), a. scheldnaain nose de Whigs. —ery, a. Whig-drijverij. men, bedongen. Conventual (kun-venejoe-el), a. kloosterlijk• —, Coop (burp), a. kuip, vat; hoenderhok of -kart; s. kloosteri ing. overdekte kar. v a. opsluiten. —er, a. kuiConverge (kun-vurdzY), v. n. in édn punt Emmen- per. —erage, a. kuiploon. Coopera te (ko-op'ur-eet), v. a. medewerken. looping. —nt, a samenloopend. —tion (-ee'sjun), a. medewerkIng. —live (-e-tiv), a. Conyers able (kun-vur'sibl), a. —ably, ad. ge- medevna.kend. —tor, a. medewerker. zellig. —ableness, s. gezelligheid. —ant (kou'vur• sent), a, omgang hebbend; (in) bedreven, erva- Cooptation (ko-op-tee'sjun), a. kens; aanneming. Coordinate (ko-or'di-net), a. —/y, ad. gelijk (kon-vur-see' (with) bekend met. —Gaon in; ren in rang. —ness, a. gelijkheid van rang. sjun), s. verkeer; gesprek. —alive, a. gezellig. —e (kon'vurs), a. oragekeerd; a. onderhoud, ver- Coot (koet), a. meerkoet; § stotfel. beer, tegendeel. — e, v. n. verkeeren, aprcken Cop (kop), a. top; kuif. (with); zich onderhouden (about. on). —ely, ad. om- Copal (ko'pel), a. kopalhars. gekeerd;wederkeerig.—ion(-sjunl,s onskeer;bekee- Coparcen ary (ko-paar'se-ne-rih), s. mede-erving. —er, a. mede-erfgenaam. —y, a. gelijk erfdeel. ring; verw isseling. —ire, a. gezellig, spraakzaam. Copartner (ko-paart'nur), a. deelgenoot; maat. Convert (kon'vurt), s. bekeerling. s. vennootschap. Convert (kun-vure), v. a. verwisselen: bekeeren. —, v. n. veranderen. —ability (-i-bil'it-tih), a. Cope (koo ), A. koorkleed• slitter; verwulfsel. veranderbaarheid. —ible, a. veranderbaar. —ibly, the — of heaven, het heme gewelf. —, v. a. bead. omgekeerd. dekken; bestrijden; beloonen; v. n. strijden, s. wedijveren, (with). Convex (kon'veks), a. —ly, ad. bolrond. bolrond lichaam. (kun-veka'it-tih), —ness Copier (kopl-ur), a. afschrijver; naaper. Coping (ko'pieng), s. top, kap (van ern gebouw). (kun-veks'ness), s. bolrondheid. Convey (kun-vee'), v. a. vervoeren; overzenden; Copious (ko'pi-us), a. —ly,ad. overvloedig. — ness, ter hand stellen; mededeelen; uitdrukken. —once, a. overvloed; wijdloopigheid. s. vervoer; voertuig; akte van overdracht; letter Copped (kop'pid, kopt), a. gekuifd; spits toeloopend. of —, vritelithrief. —ancer, a. notaris. —er, s. Copper (kop'pur), a. koper; kopermunt; cent; overbrenger; hedge bedrieger. koperwerk. —, a. koperen. —, v. R. koperen. Convict (kon'vikt, , , a. misdadiger; veroordeelde. —as, koperrood. —colored, koperkleurig. —nose, (-vik' Convict Ikon-vike), v. a. overtuigen. —ion roode neus. —plate, koperplaat. —ernith, koper. sjtin), a. overtuiging. —ive, a. overtuigend. Convinc e (kun-vins'1, v. a. overtuigen. — ement slager. — wire, koperdraad. —works, koperpletterij. —worm, houtworm (in schepen); mot. — ed, a. overtuiging. —er, a. overtuiger. —ible, a. over- R. gekoperd. —y, a. koperachtig. tuigbaar. —inyly, ad. overtuigend. —ingness, a. Coppice (kop'pia), a. kreupelbosch; hakhout. overtuieingskrapht. Convivial (kun-viv'i-el), a. feestelijk. —ity (-el' Copse (kope), a. Zie Coppice. Copula (kop'joe-le), a. koppelteeken; koppel -it-tih), s. feestelijkheid. woord. —te (feet), v. a. vereenigen; koppelen; Convocat e (kon'vo-keet), v. a, bijeenroepen. v. n. paren, zich koppelen. —tion (-lee'sjun), a. —ion (kee'sjun), s. oproeping; bijeeukomst. verbinding; paring. —tire, a. verbindend; a. ver Convoke (kun-souk'), v. a bijeenroepen. Cony olu ted (kon'vo-ljoe-tid), a. opeengerold., bludend voegwoord. Copy (kop-pih), a. afschrift; achrijfvoorbeeld; —tion (-Ijoe'sjun), a. oprolling. handachrift; exemplaar. —, v. a. afschrijven; Convolve (kun-volv'), v. R. samenrollen. nabootsen. —book, kopie-boek. —hold, leen; erfConvoy (kon'voj), a. geleide, bedekking. pacht. —holder. leenbedtter. —ing-machine, ko• Con voy (kun-voy), v. a. begeleiden. ) a. afschrijver. —paper, conceptpieer-pees. —W, Convuls e (kun vuls'). v. a. stuiptrekkingen papier. —right. kopierecht. , veroorzaken; schokken beroeren. —ion (-sjun), s. stuiptrekking; schoi. —ions, a. 8tuipen. —ive, Coquet (ko-ket'), v. a. & n. zoeken te behagen. —ry, 8. behoagzucht. — le (ko-ket'), a. behaagR. —ively, ad. stuiptrekkend, krampachtig. Cony (ko'nih, kun'oih), s. konijn. —burrow, konij- zieke vrouw. —fish, a. behaagziek. nenberg. —catch, v. a. beet hebben, aedriegen. Coral (kor'el), s. koraal. —, a. koralen. —diver, koraalvisscher. —line (-lajn), a. koralen; a. ko—catcher, bedrieger. —warren, konijnenperk. raalgewas. —laid (-lojd), a. koraalachtig. —mots, Coo (toe), v. n. kirren. koraalmoa. Cood iCt4 (koed'iez). a. zekere federalistisehe partij Cook (bock'), a. kok. —, v. a. koken, bereiden; Corb (korb), a. kolenmand. Corbanii(kor'ben), a. armbua; aalmoes. —maid; (-or.rih), 8. kookkunat. (up) (nrichten. —ery keukenmeid. —room, scheepskombuis. — 's - shop, Corbel, (kor'bel), a. schansiorf Corbel (kor'bil), a. bloemkorf; nits. gaarkeuken. Cool (koel'), a. —ly, ad. koel; onverschillig; § on- , Corby (kor'bih), a. raaf, kraal. beschaamd. —, a. koelte. —, v. a. verkoelen; Cord (kord'), a. koord, anoer. — of wood, vadem doen bedaren; v. n. afkoelen. — er, a. koeldrank; , hout. — of twine, streng garen. —, v. a. binden; koelvat. —ish, a. koeltjes, — ness, k, koelheid. epvb.men. — maker, touwslager. — wood, brandhoot. — age, a. tottwwerk; tuigage. —ed, a. van 4 —wort, urine- afdrtivend middel. touw gemaakt; gestreept; gebonden. C00111 ► (koem), a. ovenroet; wagenameer.
verzolen; v. n. te vest gaan; trippelen, huppelen. —ed, a. met voeten. —ing, a. grand voor de voeten; steun; voet; grondslag; trod, (-doed1), s. Fop tfap'). a. fat, modegek. —doodle uilekuiken. —ling, s. saletjonker. —leery(-pe.rih), a. kwasterigheid; ijdele vertooning. —piste, a. —PighlY, ad. ijdel, verwaand. —pishness, s. kwasterigheid, ingebeeldheid. For (for), pep. voor, wegens, om; uit; near; ten coej. want. as —, wat aauzien van; gederende. betreft. bat zonder; ware het niet om. — all, ondanks. —all that, evenwel. — as much as, voor zoo ver; dewijl. oh, for..., och, dat er.... ware. — shame! 8Ci► aaM ul - want of, bij gebrek aan. —why, vaarom, wesha.lve. Form; a (for'idzj), stroopertj; voeder; v. a. atroopen, plunderen; nen' utrooptocht doer'. —er, s. voederatrooyer; voederleverancier. —iny, e. (he;) fourageeren. policienauts. Foray (fu-ree'), s. vijandelijke inval, Foraminous (to-rem'i-nus), a. met gaten. Worhear, (for-beer') [irr.], v. a. verdragen; nalaten, vermtjden; v. n. geduldigl zijn; ophouden, toeven; niet willen; tto) zich enthoudea van. --ante, s. nalatieg; uitstel; vcrdraagzaamheul. Forbid (for-bid") [irr.], v. a. verbieden; verhoeden. Heaven —, de kernel verhoede hetl —dance, ad. op ongeoorloofde a. verbod. a. beletael; a. wijze. —der, 8. verbieder. afschrikkend. Force (fours'), s. kroeht; geweld; nooddwang. by main —, met geweld. —s,e. krtjgomacht. —meat, gehakt vleeach els voice). —pump, perr‘pomp. —, v. a. noodzaken, dwingen; dringen; bedwingen; bernannen; broeien; openbreken; verkrachten. (a/oag) voortateepen. ;away) wegrukken, weg'dringen. (in. into) dringen in. (on.upon) opdringen; doorzetten. (with) versterken met. —d, a. —dly, ad. gedwougen. —dnesa, a. gedwongenheid. —ful, a. —fully, ad. krachtig, eeweldig. —less, a. krachteloos. Forceps (for'seps), a. wondtang. Fore or Ifoor'sur), a. dwinger; zuiger eener pump. —ible, a. --ibly, ad. krachtig; krachtdadig; geweldig; gedwougen; verbindend. Foreing (foor'siPtigli s. dwang; kunetigo iijpmaking. —house, broeikas. —pump, perapomp. Foreipated (Neel-peat-id), a. tangvormig. Ford (foord'), a. wadde, waadbore pleats; rivier. —, v. a, doorwaden4 —able, a. doorwaadbaar. Fore- (foor-) [in samentit.], voor, vooraf. — Wear, in de volgeude itamenstellingen,de uitspraak niet is aangewezen, daar,heeft fore den klemtoon. Foreatimonish (-ed-mon'isj), v. a. voorafwaarschuwen. Foreadvise (-ed-vajz'). v. a. vooraf raden. Foreappoint (-ep-pojnt'), v. a. vooraf bepalen. (-aarm'), v. a. van te Forearm. s. voorarm. voren wapenen. Forebod e (-bood"), v. a. voorspellen; een voorgevoe1 hebben vsn.—eniont, s. voorepelling; voorgsvoal. —er, a. voorepelJer. —ing, a. voorteeken; voorgevoel; a. voorspellend. Fore body, a. vooreehip. —boom, a. kluivcrboom. —bowline, a. foltke-boeglijn, —braces, a. fokkebrassen.
404 Bement en, ov. w. to mast. —ivy, v. meeting; — wonem, to live on the ground-floor. dat is — n,ij, that is on low for me. — den wind. leeward. ma4te. Hamer; bear, be. perceiyaide, observable, — bear, ground•fioo•neltehhor. — einde, lower —en, ov. w. to perceive, to remark, to observe, ena. —hate, ground-floor. — lamer, lower room. to diecover. —Say, v. percept,m, obAervatton, —rood, earth, world. —clad, lower town. — ate, thisensfery, notice taken, by lowest:, undermost. — waarts, boa. downBetneat en, ov. w. to manure, to dung. —ing, wards. 110214.1iVitilli, M. benedictine. v. !canoeing. tater, m. mediator, intercessor, in Besniedkj.tos, on. w. to Wiese. de gebenedijde ',Voogd, the ble , sed Virgin. teepooer. — aarster, snediatrems,mediatrix. —4, by. to easy circumstances, at eaee, warm, well- Ilten2enaster, v. Zie Benemer, to-do, kunst/11,CA. ov. w. to niediete, to fiesseemen, or. w. to deny, to say no to. accomarniate, to come.% to settle. —ivy, v. 11,404111 en, no. w. to deprive ot, to take away toodi3tiou, accommodation, interces,,ion. from. --er, m. deprive, — icy, v. privation. Ileniauct, by. to , ed. beloved. —e, rn. & v. lover, deprivation„ sweetheart, mistress, lady, spouse. licirepen, be. pinched, straitened, perplexed, Heiman Mk, be, & bw,, lovely (-sly), amiable dtatreeeed. —beid, v. straits perplexitylijkheid, v. ioneline,, amiableness. Bessevell d, be. cloudy, foggy, nosy, dim. —en, --nen.. or. w to love, to cherish, to be food of or. w. to cloud, to darken, to dtm, to fuddle. — ing, v. clouding; cloudiness, darkneea. —ne,,e,aurdigr. by. Zie IleanLalkjk. — nenswaar dig ,keid„ v. Zie LienciniUfah,id. —.sr, irs Benevens, vz. besides, together with. Flettgel, cc. bell; naughty boy, sirrah, reacal, lover; amateur. Ben...101er en, ov. w. to bemire, to bedaggla. blackguard. —braid, mercury. — en, ov. w. to ring the bell). —mg, v. bemiring, sijn, to be desirous —, Rousysettig er,ae, ov. w. to encourage, to animate. B.E11411121V d, dw. anxious —, longing (to know, to hear, to see). —icy, v. encour,gement, animation. Benstael at., na. & v.. bury body, do-all, med. —ea ono. sr. het cal — cif, I long to know (I woryier) rinether. dler. — en (zieh), t. w. to ins.ddie (wIth). v. meddling; trouble, etiort. — lkiken, ov. w. to Bentitt en, err. w. to envy, to grudge, to be jealous of —ensamardig, be. enviable. — er, thwart, to cr.., to hinder. — eel, o. bueiness. b-fiat cliff. —ster, v. en tier, envious person. BensuK, m. b flat_ w. to pinch, to squeeze. lienstareven,ov. w to moil, to dirty. illess,ions bear, hv. appointable. — en, no. w. to 111emtest, name, to denominate; to appoint, to nominate. Ben:Asir eon, ov. w. to wall. —tag, v. walling. — er, m. appointer. nominator. --ling, v. denoiniBen, v. basket, scuttle, lienanie., no. w. to sew for. met 6e.c.ssehen en noting; appointment, nomination; --abrief, letter of appointment, diploma. won , ing and sewl ng imcluded. (Wieir), t. w. to plod, to ply, litentstsdiligd, by. wanted, required, necessary, Bessearalig welt — lay, a. close — Ain, to want, to stand in need of. to apply (to exert) 04. rev. necessaries. application, assid,ity. liessotsrelen, vz. on the north side of. neion , estieut, or. w. Zie Netat4ess. lienadreol sess, ay. vv. to wrong, to barm, to Bent, a company, band; corporation, academy. wronger, injurer. — leas, badge of a corporation, —naam, se:OmInjure, to prejudice. —er, kid name, —roye/, member of a corporation. -rag, v. harm-doing, prejudice. kwvt zips, to Benhder en, no. w. to eel., to confiscate; to Beunl, o. conscrou,cess. zijn fr:elaute; Adoption.; approxi- • tan, not to have lost one's wits. peen — fieriest adopt. —bay, v under-tand. *-nation. Beeefen ear, m. student, practitioner. — en, isteinansisig, v. name, denomination, ov. to study., to cultivate; to exercise, to n v. puzzled, perplexed; embareaseed, difficult, etraisenee. —neid, v. perplexity, em- profess, to follow, to practise. --3nd, be. pracbecra,snient„ difficulty, strait. tined. —ing, v, study, cultivation, cultcre; praclienergen, on. w. to puzzle, to embarrasses; to the. Nicol Cilia, no. w. to oil. ', trailers, to put to the lost shift. nctinatliN ci f hv. & bw. narrow (•IY), close (-1y); lieziog sax, .ov. w. to have in view, to aim at. v, aim, Intention, design. sultry, oppressive (Ay.; abort-iireath,d, asthmatic; sort,O.et.ed, trouble -t; bard; afraid, Bermordes► ietee, na. judge, critic. —en, ov. w. to uneasy, anxious (-1y); — waken, to frighten, to jedga, Its criticise. —tny, a. judgment, criticism. terrify. —dheid. v ortirowoes, c!oneness; sot- ilite..ring en, no. w. to make war upon, to wage was against. --inn, v• waging war adunet• trine.; asthma; straits, hardship, oppressiou; unessiness, anxiety. --en, on. w. to oppreRre; to Illeotistsii,yz. on thereon ride of. straiten. to distress, to vex, to banana; to make Depersati, be. & bw. determined, determinate v. oppressolon. (-13), fixed, definite (-3y), povitive (-ly). — heid,v. --ins), oppressor, anxious. —er, de, erminatenees, defini Armee, posStiv eness. it,nthe, v. bond, troop, Lady. gang, Repel en, no. w, t ,. empale, to prop, to limit, elee,e,desa, ha, below, down, down stairs. Y.. under, underneath. naar — , clown, down to bound; to fix, to appoint; to determine, to t. w. (tot) to limit define; to stipulate; zien stairs, ran int.. none —, from top to bottom.

Wat is Bitcoin hoogste prijs


s. geheel; geheel bedrag. -ity -ness, a. (hot) geheel. '!'otter (tot'tur), v. 0. wat;gelen. Touch (tutsj"), a. gavoel; aroaralting; toetsing, bepeseving; toets; trek, gelaatstrek; street, penseeletresk; greep,aanslag; berisping; stock, wenk; betrekkingt zweem, welnigje; slag; Debts poping, aanval; aendoentog, aandoenlijkbpid. to keep - with, woorc: houden jrgena. -bath, stortbad. -hole, zundgat. -needle, toetanaald• -pan, pan (van een geweer). -atone, toetasteen, -wood %want (verrot bout).
(-tet'), a. quartet; vierregelig vers. —ile ( -11 1),gaspect van 90 gradon. Quarto (kwaor'to), a. quarto. —, e. quarto-formeat; kwartijn. Quartz (kwaorte), a. kwarts. —rhombic, gemeen veldapaath. —rock, kwartarots. —sinter, kwartarsinter. '--owe (-ooa), —y, a.kwarteachtig,kwartp-. Quash (kwoej), a. pompoen.—, v. a. ver pletteren; verniettgen; v. n. dreunen; romraelen, klokken. Quassation (kwes-eee'sjun), a. schudding. Quas3la (kwosri e), a. bitterhoutboons.. Quest (kwot), a. puietje, blein. Quaterconains (kee'tur-knznz), pl. bloedverwanten tot in den vierdeu greed; verre neven of nichten. Quateru Awry ,,kwe-tur'ne-rih), a. nit vier beataand. —ary, —ion (-ni-un), s. vitriol. Quatrain (kwot'reen), a. vierregelig ver,je. Quaver (kwee'vur), a. biller; achtate noet. v. n. vibreeren, ten triller waken. Ice'), a. kade, aanlegplaats. —age, a Quay kadegeld, kaaigeld. Queaclay ,kwietsj'ih), a. tri!lend; weifelend; onzeker. Queen (kwien) a. lichtekool, slet, sloerie. Quests Incas (kwrzl-ness), a. miaselijkheid. —y, a. miaselkjk. Queen (kwien'), a. koningtu. —apple, renet. —bee, bijenkoningin. —consort, gemalin van den regeerenden koning. —dowager, koningin-weduwe. —'s-head, postzegel. —'s-metal, wit metaal. —'a-ware, geel ateengo ed. —, v. n. de koningin apelen. —like, —ly, a. els (wsardig, ee. koningtn. Queer (kwier'), a. —ly, ad. wonderlijk, vreemd. —, v. a. in 't nauw (in verwarring) brengen. —ness, a. wonderlijkheid. (lamest (kwieet), a. ringduif. Quell (kwell"), v. a. bedwingen; dempen; v. n. afnemen. —er, a. bedwinger, onderarakker. Quench (kwentsr), v. A. biusschen, lesschen; or derdi uakon; vernietigen; v. n. bekoelen. — able, a. bluschbaar. lescbbaar. —er, e. biusscher; onderdruhker. —less, a. onleschbaar. Que.rcltron (knur sirrun), a. verteik, quercitroen. Querent (kwi'rent), a. eiscber, klager. Querisooniona (kwer i-mo'ni-u , ), a. —ly, ad. klagend, gaarne klagend. Querist (kwrrist), s. vrager. Quern (kwurn), a. nandmolen. Querpo (kwur'po), a. wambuts, vest. Querry (kwer'rib), a. Zie Equerry. Querulous llover'oe-lire), a. —ly, ad. klaagziek. —ness, a. klaagzucht. Query (kwrrih), a. vraag. —, v. a. ondervragen; betwijfelon; v. n. vragen. Quest (kwast),, a. (bet) aoeken; onderzock; aanzoek. in — of, zoekend near. —, v. a. & n. naaporen, zoeken, Question (kwesejun), a. vraag; onderzoek; twijfel; verantwoording; geschilpunt; verhoor; ptjnbank. matter in—, bewuate manic. to call in —, in ts,ijfel trekkers. to put to the —, op de pijnbank brangen. —a and commands, vnagspel. Question (kweat'jun), v. a. ondervragen, onderisceken; betwijfelen; v. n. vragen. —able, a. twij-

Hoe wordt Bitcoin gegenereerd


In January 2015, the company received a US$75 million investment, led by Draper Fisher Jurvetson, the New York Stock Exchange, USAA, and several banks.[20] Later in January, the company launched a U.S.-based bitcoin exchange for professional traders called Coinbase Exchange.[21] Coinbase began to offer services in Canada in 2015,[22] but in July 2016, Coinbase announced it would halt services in August after the closure of their Canadian online payments service provider Vogogo.[citation needed]

cryptogeld hoe te beginnen


Paychoinaney (sayko-men-sih) : a. geeatenbe. Pugh (poe), int. poe! bah! Pugll (pjoe'dzji!), a. handjevol. -ism, a. bet vuistswering. veehten. -ist, a. ratistveehter. Ptarnsigan, (tatter:II-gen), a. aneeuwhaen. Pterodactyl (ter-o-dekstil), s. voorwereldlijke Puguaicl oats (pug-nee'sjus), a. etrijdlustig. -ty a. strOdlustigheiti. hagedis of vledermuis. Pulane (pjoe'nih), a. jonger; Klein, Bering. Zftlean (tiz-en ), a. gerstewater. Ptyernagogue (tiz'me-gog), a. twijlverdrij vend , Patialinn ce (pjoe'ia-sent), a. macht. -t, a. -tly, ad. mach'ig, steel. middel. Puke (pjoek), a. Zia Puce. -, a braakmidde,l; )Puberty (pjoe'hur-tih(, a. buwbaaaheid. braakael. - V. n. brakes. Pteltescen ce (pjoe-bes'aens)„ a. huwbaarwor• Pulchritude (purkri-tjoed), a. sehoonheld. ding. -t, a. huwbaarwordend. v. n. pieces; kraunen. -ing, a. Pul e Public (pubnik), a. algemeen, publiel. in -, 't openbaar. -, a. algomeen, epentaar, publish.; gepiep; gekreun. -debt, staatssebuld. - funds, pl. staatspapteren, Pull (poell'), a. ruk, trek; strijd. -back, beletsel. -, v. a. & n. rukiten, trebles; plukken, scheneffeeten. - good, algemeen welzkin. -hearted, minded, -epirited, bezield met tjver voor het Ten; roeien. (down) neerhalen; aloopen, vernedecent afmatten. (of') aftrekken, uttrukken. (en) algemeene weizijn. - house, tapperij, kroeg. - paper', - prints, nleuwabladen - sate, open- aantrekkett. (out) ultrukken; op de reeds Wes. (up) aptreklen; uitrukken; aitraelen. -er, a. bare verkoop, veiling. - scales, pl. stadswaag. plukker, Welker. Public ass (publi-ken), s. herbergier; tollenaar. -ation (-lies'ajun), a. bekendmaking; uitgave , Pullet (poePlit), a. kuiken. -ist (-slat), a. rubliatat.-ity -nen, Pulley (poerlih), a. katrol, take'. -door, deur met eon gewiehi .-piece,kniestuk(aan eats hulas). a. openbaarheid. 1Pribilab (pub'l(e!), v. a. bakend mabaia; nitgeven. Psalluln to (pul'ijoe leet)„ v. n. kiemen, ultlooe. bekendmaker; uitgever. -ment, a. hapen. -tion (-leefsjun), P. kleming. Pullmoutiry (prilfrnun.e-rib), a. vas de longen; welijksafsondiging. long-. - a. longkruid. Peace (pjoes'), a. donherbruin. -ron (-se rots), a. Pulmonle (pul-mon'ilt), a. van de lougen; long-. bladluts. - a. longrniddel; longlijder. -fist, boviat Puck (puk', a, berggeeat. Pulp (pulp'), a. zaehte mem; merg; vleeech (van (aardawam). vruchten). -ing-mill, moles ter ontbolstering Packer (prileur), a. wijd bleed; kreukje, vouw; der kolliaboonen verlegenheid. -, v. a. & n. plooien, krenken. Pudder (pud'dur), a. oceans, getter. v. a. Pulpit (poelfpit), a. spreekgestoelte, kennel. -tkumper,kanselklopper.-ica/(-pit'ikli,a.kansel-. overbluffen, oversebreeuwen; v, n. razes, tieren. Pudding (poed'dieng), a. podding; beuling, vat POP Wig (pulp'ua), -y,a.weekivieezig.-ousness, hoed. clack bIoedworat. white, - leverneuling.! e. vesekheid; vleezi,gbeid. -bag, -cloth, poddingzak. -fish, (snort van) , Polaat e (puleeet), v. n. kloppec, tikken. -ilg braaem. vleeaebpodding. -sleeve, wijda (-e-til), a. geslagen kunnende warden; a. slagmouw. -stone, poddingsteen. -time, etenstip; ; instrument. -ion (-aee'sjun), a. klopping; palsjoist tijdetip. I slag. -or (-seetur), s. klopper, tikker, houtworm. Puddl c (pud'd1), a. modderpoel. -c, v. a. mod-orY (-e'tetr-r/h), a. kloppend, tikkend. derig ;troebel) makes; met madder diehtetoppen; Pula e (pule), a. pole; polsslaKi schommeling; peulvrue ht. --e, v. a. stooteu, druven; v. n. clean, v. n. plassen, marsen. -y, a. modderig. Puddoek (pudfduk)' a. omheining. -ific (-ink), a. den pole opwekkend. a. ion (purtjun), a. voartatooting. Pad ency (pine'denaith), -icity Pulver able (pervur-ibl), a. vergruisbaar. exhaamaehtigheid, eerbaarheid. (-i-zee'sjun`, a. vergruising, fijnataanP',10,1QUICINV (pjoe'fel-lo),3. Zie Pew-fellow. (-ajz), v. a. fijn (tot poeder) wrkiven e (ploe'e-Ti1) a. kinderaebtig. --ity ping. a. Itinderachtighotd I of stoat.. -u!ence (-varfjoe-lens), a. stotSgtold. P nia rye esti (pjne - ur'pe - Tel), a. kranm , van het - a lent ( -ver'jae- lent), a. stoftig. C. a. met reukbream bed. — fever, zogkoorts. Pcalril (pul'vll(, a. reukpoeder.
D ✓ 11.—DE5„ ting, (-prajv'), v. a, berooven, afzetten, (of). Desert (de-zurt% s. verdienste. —, v. a. verlaten; v. n. deserteeren. —cr, s. verlater, deserteur. --ion —er, s. beroover. Depth (depth), a. diepte; diepzinnigheid. (-zur'sjun), a. verlating; desertie; verlatenheid. D.1111s ion (de-pul'sjun), s. wegstootin,t —ory, —lees, a. verdtenatelooa. Descry a (de-zurv'), v. a. verdienen; v. n. zich a. wegdrijvend; afwendend. Depura te (dep'joe-retl, a. gezuiverd. —te, verdienstelijk maken (of). —edly, ad. naar verdienste. —er, a. verdienstelijk man. —ing, a. (-reet), v. a. zuiveren. --tion, (-ree'sjun), a. zuiverdiensteltk, s. verdienste. vering. —tory, a. zuirerend. Deput ation (dep-joe-tee'sjun), a. afvaardi- Desicca sat (de-sik'kent), a. opdrogend; a. drogend middel. —te, v. a. opdrogen. —tion ging; (de) afgevaardigden. —e (de-pjoet"), § pee-ik-kee'sjun), a. opdretging. —tive, a. op• (depijoe.tajz), v. a. afvaardigen, rnachtigen. drogend. Deputy (dep'jce-tih), s. ofgevaardigde. Lord —, koninklijk atedehouder; onderkoning. —governor, Desiderat a (de-sid'ur-eet), v. a. verlangen; onderstadhouder. wenachen. —um, (-ee-turn), s. (het) begeerde. Design (de-sajn'), s. ontwerp; schets; plan; oop Derneinute (de-res'i-neet), v. a. ontwortelen. Derange (de-reendzn, v. a. store., verwarren; meek. —, v. a. ontwerpen; schetsen, beoogen; bestemmen. —able, a. onderscheidbaar. —ate het verstand krenken; § van de plaats brengen. (des'ig-neet), v. a. onderscheiden; aanwijzen. —meat, a. wanorde; verstandsverbijstering. —alien (des-ig-nee'sjun), s. aanwisjzing, bestemDerelict !der'e-likt), a. verlaten; onbeheerd. —, ming. —edly, ad. voorbedachtelijk. —er, a. outa. onbeheerd goed. —ion (-lik'sjun), a. verlating; werper ; sebetssr. —ing, a. bedriegelijk, valach; onbeheerde toestand. a. teekeekunst. -1e811, a. onopzettelijk. Deride (de-rajd"), v. :a. bespotten.!—r, a. beDesinence (deei-nens), s. slot, uitgang. spatter. Desir able (de.zajr'ibl), a. wen,chelijk. —ableDerision (de-riezjun), s. bespotting. nest. a. wenachelijkheid. —e, 1-zajel, a. venni], Denis lye (de-raysiv), —ory, a. bespottend. Deity able (de-ra)v'tb1), a. of te leiden (from). begeertc; v. a. wenschen, begeeren; verlangen. —er, a. begeerder ; verlanger. —outs, a. wenschend, —ution (der-i.vee'sjun)„ a. afleiding. —alive (deriv'e-tiv), a. afgeleid; a. afgeleid wooed. —atively, begeerig (of). (-riv , ), ad. bij afleiding. —e (-rajvi), v. a. (from) Desist (de-g ist'), v. n. (from) afzien,allaten. —ance, afleiden; verbreiden; outvangen; v. n. afstarna. afzien, aflating. —ire, a. eindigend. Desk (desk), s. lessenaar, § preekstoel; geestemen (from). --er, 0. Rfstammer. Derma (durm'), a. haidvlies. —al, a. de haid beHike stand. —, v. a. wegaluiten. Desola te (des'o-let ► , a. —teiy, ad. 'woest; eentreffend. aaam, troosteloos. —te (-leet), v. a. ontvolken; Deroga te (der'o-get), a. verbaaterd; verlaagd. verwoesten. —ter, a. verwoester. —tion(lee'sjun), —te meet), v. a. verminderen (in kracht, waarde, a. verwoesting; verlatenheid ; troosteloosheid. aanzien); opheffen; te niet doen; v. n. ontaar—tory, a. verwoestend ; bedroevend. den, inbreuk maken., (from). —loon (-gee'sjun), verkorting; inbreuk; nadeel. in (to the) dero- Despair (de-speer'), a. wanhoop, vertwijfeling. —, v. n. wanhopen (of). —er, s. wanhopige.—ingly, otion of, ten nadeele van. —tory (de-rogie-turad. watthopig. rih), a. benadeelend, verkortend. Despatch (de-spets,P), s. aped; depbche; exDervis (dur'vis), s. dervis (turksche monnik). presse. —, v. a. afzenden; anti' verrichten; van Descant Ides'kent), a. hoogste stem; bovenatem; kant maken. —er, a. afvaardiger; dispacheur. gezang; redevoering. — (des-kent'), v. a. suet va—ful, a. voortvarend. niatien zingen; breedvmig uitweiden (upon). Pescen d (de-send'), v. a. nederlaten; afklim- Desperado (des-pe-ree'do), a. dolleman. men; v. n. dalen; atdalen (to); nederdalen (on. Desperat e (des'pur-et), a. —ely, ad. radelooa; upon); afstammen (from); overgaan op (on). —duet, woedend; roekeloos; onherstelbaa:; § in hooge mate. —eness, a. radeloosheid, doldriftigheid. a. afstammeling. —dent, a. afkomend; afstammend. —dible, a. overgankelijk (bij erfenis).—sion, (-ee'sjun), a. wanhoop. s. nederdeling; afneming; vermindering; onder- Despica ble (des'pi-kibl), a. —bly, ad. verachgang. —t, a. hefting; landing; viiandelijkeinval; . telijk. —bleness, a. verachtelijkheid. herkornst, afstamming; nagesiacht; overgang(bij Despis able (de-spajz'ibl), a. verachtelijk. —e erfents). (-spaje), v. a. verachten, verfoeien. —edness,.. veraehtheid. —er, a. verachter. Descr3ID able (de-skrajblb1), a. beRehrijf3lijk. —e. I-skrajb"), v. a. heschrijven. —er, s. be- Despite (de-spajt'), a.hoosaerdigheid; haat; trots eering. in — of, in weerwil van. —, v. a. kwel• schrijver. len, ergeren. prp. in spijt van. —ful, a. —fully, Deserter (de-skrayur), a. ulivorscher, ontdekad. spijOg; booaaardig. -fulness, a. apijtigheid; ker. boosaardigheid. Descrlp Lion (de-skrip'sjun), a. beschri)ving. Despoil (de-spojP), v. a. berooven. a. be , —tire, a. beschrijvend. mover. , Descry (de-akran, s. ontdekking. —, v. a. ult. Despoliation (de-spa-li-ee'sjun), S. bereaving. vorschen. Deseent te ( des'e-kreet), v. a. ontheiligen. —tion, Despond (de-spond'), v. n. moedeloos worden, wanhopen. —envy,, a. kleinmoedigheid; vertwie(-kree'ajun), a, ontheiliging. Desert (dez'urt), a, ree ,, , ; eenTaam feling —cot, a. ad. mQedelons; wan. e. WOE'Shopig. On, wildernis.
Antekdotte, v. anecdote. Atterrtosru, v. anemone, wind-flower. Angel, m. angle, sting; beard; hook; caltrop. Avogee, m. anguiall„ anxiety, agony. —geselteei, —Icreet, cry of distrees„ lamentable outcry. — tweet, cold sweat. —0., bv. &bw. anxious ( - ly), Fearful (4), uneasy; zieh ',taken, to glow uneasy. —caZlig, by. & bw, anxious (ly), scrupulous (.1y). — valligheid, v. anxiousnets, ecru.pit; ousnesc

Mocht Cryptocurrencies worden beschouwd als een kasequivalent


G()A.--(i(1(). 'e land, goon; ruchtbaar worded. (ogiciast) onaangenaarn zijn; zich aankanten tegen. (along) wortgaan. (along with) vergezellen. (aside) van het spoor geraken. (away) weggaan. (between)tusochen beide komen. (beyond) overeehrijdon; overtreffen; to clog of zijn. (by) voorbijgaan;veretrijken;zich rlchten near; bekend zijn oneer. (down) near beneden gaau, near het platteland-gaan; ondergaan; gn liggsn; Innate., info/1k vinden (with bij). (far). invloed hebben !with, op). (for) gaan om; doorgaan vane; zijn voor. (forth) versehijnen; uitgaan; heerschen. (Arward) voederen. (from). afwijken van. (into) toetreden tot. (near) maderun; op het'punt zijn. (off) vertrekken; sterven; afgaan; koopere vinden. (on) voortgaan; voort. varen; aanvallen; aangaan (van kleederen). (out) uitgaan; uittrekken. (over) overgaan; doorloopen; onderzoeken. (through) doorgaan; doordrirtgen; ondergaan. (through with) volvoeren. (under) doorstaan. (up) opgaan; near de hoofdstad gaan. (upon) ondernemen; zich grondon op (with) volgen; bet houden met. (without) ontberen. Goad (good), a. ossenprikkel. —, v. a. prikken; aandrijven. Goal (goal), s. merkpaal; doeleinde. Goar (gout), a. Zie Gore. Goat (goot'),s..gett. he—, bob. she geit. —beard, —marjoram, gettenbaerd(plant).—ehafer,roskever, —fish, elft. —herd, geitenhoedee.—snaker,—sucker, geitenmelker(vogei).—"s-rue,geitenruit.—'s-stones knaapjeskruid. —'s-thorn, boksdoren. —is!,, a. stinkend; geil. Gob (gob,), —bet, a. mondvol; brok. Gobbet (goYbit), v. a. inalokken. Gobble (gob'bt), v. a. gulztg inalokken; v. n. scbrokken, kokkelen. —r, s. gulzigaord, elok-op; kalkoensehe haan. Goblet (gob'liti, s. beker, drinkschaal. Goblin (gobnin), a. booze geest; kabouter; spook. God (god' ► , a. God; afgod. —wot! God weetl would to God gave! —yield, —a-mercy, God vergelde het u! For —'a sake, om Gods wil. —hots, kerkboete. —child, petekind. —daughter, peetdochter. —father, peetoom. —mother, petemoet. —send, meevallertje, buitenkansje. —smith, maker van afgodsbeelden. —son, peetzoon. —'s-penny, godspanning. God (god'); v. a. vergoden. s. godin. —head, a. godheid. —less, a. goddelooa; zonder G od.—like, a. goddelijk. a. godsvrueht. —ling, a. godje. —1y, a. van God. —tai, a, .k Ed. godvruchttg, vroom. —chip, s.goddelijkheid.—ward(-ward), ad. tot God, Godwit (god'wit), a. oeversnip. Goer (go'wr), a. looper, wandelaar. the comers and goers, de gaande en komende man. Goggle (gog'gl), a. starende blik. oogkleppen. —, v. a. aanstareu; v. a. groote cowed opzetten; de oogen verdraaien. —eyed, met uttpuilende (roliende) oogeu. Going (go'ieng), a. gang;vertrek; draeht, mangerechap. —a, a. gedragingen. —, part. - gaande. I am ik zal dade]ijk goon. Golfer (goj'tur) kropgezwel. Gold (goold'),a• gouden. —Leater, gond-

Hoe crypto harde portefeuilles werken

×