Coinbase is a terrible and unprofessional company. They’ve ignored my requests for escalation after providing no feed back on the issues I am having. These issues are costing this customer not only monetarily, but due to the lack of transparency with new policies in which coinbase will hold your funds hostage for 10 days while advising that it can be transferred “instantly” is not only false, but malicious contempt.

BEE.— DEI. zinnig. —nab, s. diepte, grondigheid; scherpzturtigheid. Deer (dier), a. roodwild; ree. fallow —,damhert. red —, hert. —stalking, a. hertenjacbt. Deface (de-fees'), v. a. vernietigen; ultwieschen, misvormen. —meat, s. vernietiging; misvorming. vernietiger; misvormer. De falca te (de-fel'keet), v. a. afsnijdenoseoeleh; at knrten. —tion (def-el-kee'sjun), a, afanijding; vermindering; korting. Delano melon (def-e-mee'sjun), a, lastering, boon, eerrooving. —atory (de-femee tur-rib), a. lasterend, eerroovend. —e (de-form . ), v. a. hoonen; lasteren; te sehande waken. —er, (defeem'ur), a. lastertong; eerroover. Default (de-faolt.'), s. verzuim; nalntigheid; ge• brek; ontstentents. —, v. n. in gebreke blijven; niet verschijnen. —er, s. woordbreker; nlet-versc ► ijner. Defeo,. :once (de-fiez'ente, a. vernietiging (eener overeenkomst.); nederlaag. —ible, a. vernietigbaar. Defeat (de-flea'), a. nederlaag; verijdeling. — v. a. verstaan; te nlet doen; verijdelen. Defect. te (de'fe-set), a. gezuiverd. —te (-beet), v. a. zuiveren. —lion (-kee-sjun), s. zuivering. Defect (de-fekt"), a,gebrek, onvolkomenhei d.—ible, a. gebrekkig; onvolkomen. —on, (.fek'sjun), a. gebrek; ontbreking; atvalligheid; opstand. —ire, a. —ireiy, ad. gebrekkig; onvolledig. —iveneas, a. gebrekkigheid. Defence (de-fens"), a. bescherming; verwerving; wederstand; rechtvaardiging; verbod. —less, a. weerloos. Defend (de-fend"), v. a. verdedigen; (from) be. sehutten tegen; verweren; verbieden. —fate, a, verdedigbaar, —ant, a. verweerder. —er, a. verdediger; advokaat. Defens alive (de-fens'e-tiv), a. verdedigend; a, behoedmiddel; verband, —ible. a. verdedigbaar. —ire, a. —ire/y, ad. verdedigend, verwerend. —ire, s. verweermtddel; verdedigende houding. on the —ire, verdedigenderwijze. Defer (de-far'), v. a. uttetellen; verschuiven; overtaten; v, n. dralen, talmen; (to) Mei houden aan, etch voegen near. —race (derur•ene), a. inschikkelijkheid; oaderwerping; eerbied (for). out of —ence to, uit boogaehting voor. —ent (derur-ent), a. leidend, voerend; a. geleider; vochthuis. —ential (def-ur-en'sjel), a. eerbiedig. —meat, a. nitatel. —rer, s. nitateller. Defiance (de-ferens), a. uitdaging; tarting; weigering. to bid — to, trotseeren. in— of, ten seijt yen. Deficience (de•fla'sjene). —cy, a. gebrekkigheid; ontoereikendheid. —t, a. —tly, ad, ontoereikend; onvolkomen; geb.ekkig. Defier, (de-farur), a. nitdnger, tarter. Defile, (de-fail'), a, rage pas. —, v, a. bezoedelen; onteeren; bederven; v. n. deflleeren. a. bezoedeling; onteering; bederving. —r, a, be. zoedelaar; onteerder; bederver. DOfin able (de.fajn'ibl), a. hepaalbaar. —e, v. a. bepalen; verklaren, omachrijven. —er, e. bepaler; verklaarder.: Defini to (def'i-ntt), a. —tely, ad. bepaald; vast. geeteld. —te, a. juist bepaald begrip. — fences.

a. (het) luchten. —less, a. bedompt. —ling, s. —ion (-neesjun), s. afstamming in de inanne- windbuil. —pump, luchtpomp. —threads, herfstlijke lijn. Agnorn en (eg-no'men), a. bijnaam. —inate draden. —tight, luchtdicht. —y, a. luchtig; (-nom'i-need, v. a. sere bijnaam geven. —ination dartel. Aisle (0), a. vleugel, koorgang. (nom-i-nee'sjun), a. bijnaam, zinspeling. Agnua-eastus (eg'nus-kes'tus), a. kuischboom, Alt (set ), a. eilandje. Ajar (e-dzjaar',, ad. op een' kier. Ago le-go'), ad. geleden. Agog (e-gog',., a. vurig begeerend. to set —, be- Ajutage (ed'zjoe•tidzj), a. verlengpijp. Akimbo (e-kim'bo), ad. gekromd. with arms —, lust waken ( for. onl• met de handen in de zijde. Agoing (e-go'ieng), ad. in gong. Agonis to (et'o nizm), a. prijsgevecht. —t, s. Akin (e-kin'), a. vermaagschapt., verwant. Alabaster (cal-e-baatetur), a. albast. —, a. van prijsvechter. Agon ice (eg'o-najz), v. n. zieltogen; doodsangst albast. uitstaan. v. a. folteren. —y (-nih), s. dood- Atari( (e lek'), int. helaas ! ach I —a-day, int. o wee I o jerum! strijd; zieleangst. Alacrity (e-lek , rit-tih, s. opgeruimdheid, vrooAgouti (e goed'), ad. in ernst. lijkheid. Agrarian le-gree'ri-en), R. —law, akkerwet. Alamode (el-e-mood"), ad. naar de mode. —. s. Agree (e-grie'), v. a. vereffenen; verzoenen. v. n. overeenstemmen (with), (on. upon) eena zijn sonrt van tar. over. (with) lijken, peas.. (to) toestemmen in. Aland (e-lend'), ad. aan land. —able, a. —ably, ad, aangenaam; overeenkom- Alarna ( e-laarm'), a. rumoer; noodkreet; wapenatig (to. with.) —ableness, s. aangenaamheid; over- kreet; achrik ; wekker. —, v. a. to wapen roepen; eenkomstigheid. —d, a. overeengekomen; int. verontrusten. —ed. a. (at) ongerust over. —ing, top! afgesproken! dot blijft zoo! —sent, 8. over- a. verontrustend. —bell, alarmklok. —post, loopeenstemming; overeenkomst; schikking, verge- pleats. lijk. Alas ( e lame), int. helaas! Agrestic (e-gres'tik), —al, a.landelijk, boersch. Alb (elb), a. koorkleed. —atrosa (erbe-tros), s. Agricult or (eeri-kul-tur), s. landbouwer, —ural stormvogel. (-kuPtjoe-rel), a. den landbouw I etreffend. —era § Albany-beef (erbe-nih-bief), a. steer. (-kul-tjoer), a. landbouw; iandbouwkunde. —urist Albeit (aol-bi'it), ad. alhoewel. Albeocent (el-bes'sent), a. wit wordend. (-kurtjoe-rist), s. landbouwkundige. Albino (el-barno), a. witte neger. Agrimony (eg'ri-mun-nih), a. leverkruid. Albugo (el-bjoe'go), s. witte steer. Agronomy (e-gron'o-mih), a. akkerbouw. Agronnd e-granund'), ad. Ran den grond, ge- Alchem ical (el-kem'ikl) a. alchymistisch. —ist strand. to run —, non den grond rakes. to run a (erki-mist), 8. goudmaker. —y (ellki-mih), a. ship —, in den grond zeilen; op het droge zet- goudmakenj. Alcohol (el-ko-hol), a. alkohol. ten. to be —, in de them zijn; bedorven zijn. heete koorts. Aicoran (el'ko-ren), 8, (de) Koran. Ague (ee'gjoe), 8. koorts. burring Alcove (el-koov'), a. alkove. —jit, aanval van koorts. Aguise (e.ghajs'), a. bleeding. Alder (aol'dur), a. els. —man, a. schepen. —n, a. van elzenhout. Aguish' (ee'gjoe-isj , , a. koortsig. —new, a. koorts- achttgheid. Ale (eel), a. ,engelsch bier. —berry, biersoep. —conner, —taster, bierkeurder. —hoof, aardvell, 4 Agy (eg'ih), a. koude koorts. —house, bierhuis. —stake, uithangbord. —wife, Ah (aa), int. ach I ha I —me, orb he ) tapster; § elft. Ahead (e-hed"), ad. vooraan, hale over kop. Alee (e-lie'i, ad. aan lij. Ahold (e-hoold'), ad. dicht bij den wind. Ahoy (e-hof), int. heiho I all hands —, alle man Alembic (e-lem'bik), s. distilleerkolf. Alength (e-length), ad. overhangs. op dek. Alert #e-lurt'), a. wakker, slug. —new, a. wairAbull (e hul'), ad. soar top en take). Aid (eed), v. R. helpen, ondersteunen. a. hulp, kerheid, vlugheid. bijstand; onderstand; helper. —de-camp, adju- Alexandrine (el.egv.-aan'drin), a. twaalfletterdant. —er, a. helper. —less, a. hulpeloos. —s, a grepig vers. in- en uitgaande rechten en accijnsen. court of Algebra terdzji-bre), s, stelkunst. Algebra Ic (el-dzji-bree'ik), —ical (-11c1), a. stelaids, accij nsk.ntoor. Alguemarine (ee'gjoe-me-rien), a. berilsteen. kunstig. —ist, a. atelkundige. all (eel,, v. R. deren, pijn veroorzaken; v. n. pijn Aig or (e!'gor), a. hevige koude. —ous, a. vol hebben; onpasselijk zijn —ing,a.ziekelijk,—meat, zeewier. s. onpasselijkheid; smart. Alias (ee'li-eat, ad. anders gezegd. Aim (eem), 8. doelwit; oogmcrk. —, v, a, rich:ten; Alibi (el'i-baj), a. tegenwoordtgheid elders. Allen (eel-j en), a. vreemd,—.s. vreemdeling.—office, v. n. (at) mikken, doelen op. Air leer), a. lucht, hunting; lied. to take the —, paapoortenbureau. —able, a. vervreemdbaar, een luchtje acheppen. to take airs, zich aanzien —ate (-eet), v. a. (from) vervreemden. -ate (-et), geven. —, v. a. luchten. —balloon, luehtbol. a. (from) vervreemd van. § —age, a. vreemdheid, —built-castles, luchtkasteelen. —current, lucht- vreemdelingschap. —anon (-ee'sjun), a. vervreemstreom, —gun, windroer. —hole, luchtgat. —i/y, ding; — of mind, verstandeverbkistering. a, luehtig, vroolijk. —iness, a, luchtigheid. —ing, Allform (eri-form), a. vleugelvormtg. 

Wat is beter Bitcoin vs forex trading


kuip. —twietovater-, kettinggaren.--xay,boolgat. waterloop.—ways(-weee),pl.watergangen.—wheel. waterred. —willow, waterwilg. —work, teekening in waterverf. —works, pi. waterwerken. liVeater (wao'tur), v. a. besproeien; drenken; materen (etoffen); v. n. waterig warden; water innemen. to make one's mouth —, doen watertanden. —age), echuitenvrecht.—cr i a. beaproeior; (de) Waterman. —tness (.1.-nete), a. waterigheld. —ing, a. besproeling, het drenken, wide. ten. water !linemen; —engine. eProCiPoraP; —pa tee, wed, drenkple.ats; hadplaate; —pot, gieter; —trou:dt, waterhak. —fah, a, watereehtig; vocht:g. —e (-tar.), pl. gezondheidebronnen; for all —, van elte markten that, —y, a. 'water*, vochtig• water-. "Wattle (avot'r)), a. beard van ran' heats; horde. v. a. met horden bezetten; met teentjea bin. den; viechten. W. 0 I (wail), v, n. Zta tea Ca:or -watt' Wave (weev'), [4. golf, hair; holkeel;oneffertheld; weak. —, v. a. gulvend (gevianid) make.; wankel?, wn;ren; efzien va-, apgevert, laten canton; v. e. goiven; zweeen; zwaaten; wutven; weiNen. d, R. geg olyd, gevlarnd. —leo, a. elf., glad; kaltn. Waves- (wee'vur), v. at. wankslen, waggelen; wet-er, a. weifelaar. —ing, a. —ingly, ad. wankeiend, heelutteloos; oneeatendig. Vinarn.o. (weey'aen), a. ceedrift. Wavy (wee'vth), i. golvend; gegolfd. Wax (wake), a. wet; corsmeer;lak. —baby, —doll, wessen pop. —candle, watikeara. —chandler, wa3kooper, wakAraeroenmaker. —end, epinactidraad, —leather, gewaat leer. --light, —taper, waeka•rs. waepit. —wotk, waseen beet& —works, pl. kabinet van yelper' beelden. —, v. a. wain., met was bentrijken. (weks'a), a. van wee, weasel, —y, a. wagaehtig. Wax (weks) [waxed tacxeni, v. n. waseen, toenemen., worden. Way (wee'), v. weg; riehting, loop, voortgong, vaart; rnimte, alotand; rniddel; wijze, gawoontr, gebruTh wit, zin. a great —, ver. any op de sane of endures wijze. oy — of, bij wijze van. by the —, in 't voorbijgaan, ter loepo every —, in leder opzieh.. in the —, voor (bij; he hand, gereed. no —, geenezina. out of the —, nit den weg; batten den regal; buitentiporig: rats, whirls —, waerheen; o welko wijze. to break the halen, u%twljken. to cle, the —, nit den weg goon, plaate MAIM- to fall in one's, — iemand wedervaren, overkween. to give —,wijken; nemen; toe.geven. to have one's —, zij u ' ale volt.. to keep out of the --. 4rbergen; zichsehuil houden. to level the —, voorgettn. to state nit den wag Wean, plants maken. —bill, passogierm-. goederentijet. —bit, emit weegs. —bread, —broad, weegbree. —water, vuneiooper. weganjzer. —passtager, reiziger, die onderweg wordt opgenomert. —thistle, haverdistel. kruiedoom. —warden, opzienter der wegen. —wise, met den weg bekend. —wiser, weg:neter. —worn, door het rotten vermoeld. Way facer (wee'ree -rue), a. relztgor. —faring, R. reizend; —tree, meelboon, wilde wijngaard. —in, a. Ingeng.
In January 2015, the company received a US$75 million investment, led by Draper Fisher Jurvetson, the New York Stock Exchange, USAA, and several banks.[20] Later in January, the company launched a U.S.-based bitcoin exchange for professional traders called Coinbase Exchange.[21] Coinbase began to offer services in Canada in 2015,[22] but in July 2016, Coinbase announced it would halt services in August after the closure of their Canadian online payments service provider Vogogo.[citation needed]

cryptogeld hoe te beginnen


Altoos, bw. always, ever; at least. Aloha, v. alum. —aarde, alum-earth. —sloes, alum-stone, —water, alum-water. —aektig, by. etuminous. Alvermagen, o. Zie Alnasebt. —d, by. Zie Allmarbtirs. Alvienacb, o pancreas. Alyoresym, he. beforehand. —, ow. before. Aiwa..., b., where, at which place. Aiweder, Alweer, bw. again, once more. Alwetend, be. all-knowing, omniscient. —e, m. (the) Omniscient. —held, v. omn science. wukle, bw. all-wise. —Acid, v. supreme wisdom. Alex' 1„).e, in. (the) Supreme Wisdom. Alzegennier, rn. (the) All bo ► ntiful. Alatend, by. ail•eeeing —e, m. (the) All-veer. Alzoo, bw. in this manner, so, thus, consequently. —, ow, because, whereas, since, therefore. Aynandel, v. almond; tonsil. — boons, almond-tree. —taart, almond. tart. —seep, almond. soap. Ameirani, •. amaranth. Amnr11, v. emery. —poster, powder (flour) of emery, tripoli. Aninztine, v. ancaeon, virago. Avalbacht, o. handicraft, trade; manor. op can— doe4, to bind apprentice. —egged, journeyman, apprentice. —sheer, lord of the manor. —sheer • lvIcheid, manor. —man, craftsman, tradesman, workman. —evrouw, lady of the manor. Arab/Y.1mnd e, v. embassy. —ear, me. ambassador. Amber, m. amber. —gear, fragrance. —grip, ambergris. —peer, pear of a musky flavor. ., 1,nstareios. Anibrnmijo, o ambrosia. Ambt. o. cffice. charge, employment: jurisdiction, --genooe, colleague. —man. bailiff. —echrOver,, clerk, secretory. —sbssigheid, —averrichting, function, buetneas. —sbroeder, —sgewaad, professional dress, gown. —aptieht, official duty. —eloos, bv. & bw. out of office. —efloar, m. officer, functionary. —shelve, bw. officially, by virtue of one's office. Anyfechtig, by. out of breath, fainting. —held, v faintness. Amen, bw. & o. amen. Amery, v. in retie —, in a trice, in a jiffy. Amy tbist, m. A methyst. Amiloen, o, opium. Arralsant , en. amianth, earth-liax Ammonia k, tn. ammonia. —goat, gum allIMOIIIAC. —tout, eel RIIIMOIDiPO. —cardig, —houdend, by, ammoniacal. Amortise/If., v. amortisation. —fonda, —has, sinking-fund. .Anaanna,v, aaanas, pine-apple. Ander, by, other, next. eels—. another. —des —en daags, the next day. ten —en, next to this, en the other hand. am den —en dag, every other day. daagsch, by. tertian. — deels, bw. on the other heed. —half, by. one and a half. —meal, —teerfs bw. a second time, once more. ern en —meet, repeatedly. Andorra, bw. in another manner, otherwise, sire. —denkend, by. of another opinion. —sins, bw. otherwise; besides. Andijwie, v. endive. Amdoren,m. hoar-hound.
Circumvent (our-bum vent'), v. a. misleiden, I v. a. doen kletteren; v. n. kletteren. —or (kleng' verstrikken. —ion (-ven'sjen), a. onderkruiping,I gun), a. gekletter. misleiding. —ive, a. verschalkend, bedriegelijk. I Clank (bleak), a. goratel, gekletter. —, v. n. ratelen, kletteren. etrenttivetti tsur-bum Nest'), v. a. random be- Clap (klep'), a. slag, kraal; donderslag; handgekteeden. Circ nonvolation (Bur bum vu lee'sjun), s. om- kiap; ontsteking. at one —, eensklaps. —board, i maanstuk, duig. --bread, krakeliug. —dish, houvtieging. Circn ut volution (our kum.vo ljue'sjun), a. , ten bard. —net, Blagnet. —trap, kunstgreep. I Clap (klep), v. a. toejuichen: sanhechten, bijrondomwenteling. Clreutinvolve (stir kum-volvi), v. a. rondom. voegen (to); toestaan (to); beametten. —spurs, de ' aporen geven. (into) opsluiteu. (on) aandoen; roller. Circus (sur'kus), a. circus, renbaan. — all sails, alio zeilen bijzetten. (up) noel tot Cisalpine (sis-el'pin), a. aan deze zijde van! stand brengen; vaatzetten. (up together) inpakde Alpen. I ken. (upon) zetten op. — a trick upon one, remand Cistercian (sis.tur'sjen), s. cistereiewer,monnik. I eene poets spelen. —, v. a. in he handen klapCistern (sis'turn), a. waterbak, ppen; knallen. (in) beginnen. —per, a. toejuicher; lepel; klopper. Clsttnta (sisAus), a. steenroos. Clapperclaw (klep'pur-klao), V. a. bekijven, Cit (sit), epitaburger, stee-aap. uitschelden. Citadel (alt.'s del), s. citadel; vesting. Cit al (sartel), a. dagvaarding; aan haling, —ation, Claret (klar'it), a. roode wiji, (-tee'sjun), s. dagvaarding; aanhaling. —atory, Claricord (kle'ri-kord), s. claveeimbaal. (-te.tur rill), a. dagvaardend. —e (aajt), v. a. aan- Clarif ication (kler.i-fi-kee'sjun), a. klaring, zuivering. —y (kler'i faj), v, a. zulvering; v. n. balen; dagvaarden. —er, s.aanhaler; dagvaarder. klaar warden. Cite. (ait'est), a. atedelinge. Clarinet (kler'i-net), a. klarinet. Citliern (sith'urn), a. harp, citer. Citizen (sit - izn), s. burger; stadsbewoner. ¢ —ire Clarion (kler'i-un), a. klaroen. (-ajz), v. a. burger waken. —ship, s. burgerrecht. Clarity (kler'it-tib), a. helderheid. Citrine (eit'rin), a. donkergeel. —, B. citroen- Clary (klee'rih), s. scharlei. Ciarty (klert'ib), a. sliikerig. kleurig kriatal. Citron (eterua), a. Citroen; citroenboom. —wa. Clash (klesr), a kleto, stoat; tegenaprauk, tegenstand. —, v. a. stooten; doen kletsen; v. n. ter, citroenbrandewijn. klinken, kletaen. (with) strijden tegen, aandruiCitriti (sit'rul), a. watermeloeu. schen tegen. —illy, a. botsing, kletsing; aandruiClty (sit'tih), a. (bisechoppelijke) stad. —, a. aching. stedelijk, steedsch. Clasp (klaasp), a. haak, brain, klamp, gesp; Civet (siv'it), a. civet. --cat, civetkat. orshelzing. —, v. a. toehaken, vastklampen; Civic (siv'ik), a. burgerlijk. —crown, burgerkroon. omhelzen. —arm (of an iron knee), tab (eener Civil (siv•il), a. —ly, ad. burgerlijk; minzaam; ijzeren kale). —headed-nail, —nail, duiker. beseliaafd. —list. civiele lijst. —law, burgerlijke wet. —inn (si-virjen), a. burgerlijk ambtenaar; —hoop. spijlband (om den mast). —knee, knit beoefenaar van het burgerlijk recht. —ity (si-vil'it- met lijf en tab. —knife, knipmes. —er, a. haakje; tib), s. wellevendheid; minzaamheid. —izution rank (eener plant). (-i-zee'sjun), a. beachaving. —ize (-ajz), v. a. Class (klaas), a. klasse. —, v. A. rangschikken. beschaveu. Classic (ictes'sik), —al, a. klassiek. —, a. klasChian) (siv-izm), s. burgerachap, -zin, -deugd; aiek schrijver of week. Classif 'coition (kles-si-ii-kee'sjun), a. indeeling vaderlandsliefde. in klassen. —y (liles'ei-faj), v. a. rangachikken Clack (klek), a. geklep; klap; gekakel. —, v. n. kleppen; babbelen. to — wool, het meek nit de (in klaocen). (klet'tur). a. gekletter, gerammel, geraas. Clatter schapenwol snijden. —, v. a. doen kletteren; v. n. rammelen, klateClad (bled), a gekleed. ren; babbelen. —er, s. levetunaker, babbeloar. Claim (kleem'), a. eiach, aanspraak (to). —, v. a. eischen. —able, a. vorderbaar. —ant, —er, a. Claudicat a (klao'di-keet), v. n. hinken, mank eiseher. roan. —ion (-kee'sjun), a. (het) mank loopen. Clara (klem), v. a. vastlijnien; v. n. vastkleven. Clause (klaoz), a. volzin; zinspreuk; voorwaarde. —miness (mi'ness), s. kleverigheid. —my, a. kle- Clanstral (klaos'trel), a. kloosterlijk. Clausure (klao'zjoer), s. opsluiting. verist, vochtig. Clavated (klev'eet-id), a. knoeatig. Clamant (kIee'rnent), a. emeekend. Clavicle (klev'ikl), s. sleutelheen. Clanibar (klem'bur), v. n. klauteren. (Mao), a. blown; schaar; beak (eener dreg). Chow Clamor (kleninr), s. geachreeuw, getier. —, —, v. a. krabben, klauwen. (away) doorhalen); v. it. schreettwen, tieren. —ous, a. —.sly, ad. afdoen. (off) afscheuren; bekelen, afrossen. schreeuweud, tiereed. (out) uttldeeden (kmands geld aftrochelen). Clamp (kiemp), s. klamp; atapel; aware teed. —, v. a. vhstklampen, lasschen; v. n. zwaar loopen., Clay (klee'), a. klei, Teem. —, v. a. met klei Clan (klen), s. stain; geslacht. 1 bedekkeu, - zuiveren. —cold, a. ijskoud. levenloos. Clandestine (iden•clem'tin), a. —ly. ad. heiinc- I —ground, kleigrond. —land, kleiland. —marl, lijk, steelswijze. —trade, sluikliandel. 1 kleimergel. —pat. leemput. —stone, kalksteen, let:ulster' , --ey (klee'ilt), —ish, a. kleiachtig. Clank (kleng'), s. schelJe klank, gekletter. —,

diepgang; meat —, v. a. verpanden; meten (eels rehip). Gaggle (geg'g1), v. n. snateren. Gain (geeu'), a. —ly, ad. i handig. —, a. wine, voordeel; keep. —, v. a. winnen; verkrtjgen, bereiken. (into) overhalen tot. (over) overhalen. —, v. n. rijk worden; vooruitgaan. (on. upon) winnen op, invloed krijgen op. —er, a. winner, verwerver. —ful, a. —fully, ad. winstgeveud, —leas, a. onvoordeelig. Gainsay (geen'aee) [ire.], v. a. tegenspreken; ontkennen. —er, a. tegenspreker. Gainstand (geen'atend) [irr.], v. a. wederstaan. Gabel's!, (geeetsj), a. —ly, ad. zwierig, opzicht1g; buitensporig; uitgelaten. —ness, a. zwierigheid; uitgelatenheid. Gait ((eat'), a. gang, tred. heavy—ed, eete zwaren gang hebbend.eow —ed, ten' langzamen gang hebbend. Gaiters (gee turz), a. slopkousen. liallteritiite ige lek'te.11), y. melkmteen.
384 ACH..—ADE. back. —krabben, on. w. to retract. —slum, ten. Aebterkiel, V. stern-keel. w. to kink, to wince, to grow wild. —teres, on. Acisteerk5eip, in. slander, back-biting. —pen, ov. & on. W. to slander, to back- bite. —per, in. —star, w. Zie Interest. —varen, —seiten, on. W. to make stern-way. v. slanderer, back biter. Achterweettel,o. bind-quarter. Aelliterklinttv, m. bind-claw. Achterkieln dcsehter, v. great- granddeughter. &Otters ertrek, o. back room. v. mizzen-flag. —kind, o. great-grandchild. —coon, m. great- Aehte•wlels, Aehtervoeg en, or. w. to add behind, to affix, to grandson. postilx, suffix, —iny, v. adding behind. —set, a. &enter-aeon/4g, by. enspicione. —heid, v. suspiaffix, posttlx, suffix. ciousness. Achtervollg en, ov. w. to follow, to pursue; to Achterkwartler, o. back-quarter; bunt. Actaterlap, m. beel-places, heel. —pen, or. W. to observe; to continue. —ens, bw. successlyelY, consecutively; vz. in pursuance of, conformably heel-piece, to heel. Achterlase, m. cargo at the stern. — hebben, to to. —iny, v. pursuit, prosecution; observance; enceeesiou. want to go to stool (to the privy). As:sheer/Int on, or. W. to leave behind; to omit. Achterweerts, Inv. backwards. Achterwaertsch,bv. backward. —tog, v. leaving behind; omission. Aehterw nicht, T. stern-watch. Atettertederr, o. heel-piece. Achtertssen, o mesue-tenure. —heer,mesue lord. Aehterweg,m. bank-w ay, back-road. blijren to Achtorevese, bw. aside, away. — —wan, under-feudatory, under•tettent. stay away, not to appear, to remain behind. — Achteerlot, by. of eight sorts, eight kinds of. Achterliggen, on, w. to lie behind; to be disre- houffen, to conceal. Aehterwerk, o. back-work; stern-frame; bum. garded. — tie, to be inferior to. Achtersviel, o, hind-wheel. Achtsrl l o. hind-part, back-side. Achterlejk, hr. backward. —ketd, v. backward- AchterwInkel,m, back-shop; recess. Achterzak, m. hind-pocket. nest. Achterzell, o. mizeen-sail. Achterman, en. binder-man; Tear -rankman. Aehterzolder, m. back-loft, back garret. Achtortniddisg, In. afternoon. AchtgevIng, v. attention, beedfuluese. Achternmur, sn. beck-wail. Aeht hook, m. octagon. —iy, by. octagonal, octanAchterna, bw. after, behind; afterwards. gular. fiteehtersteet*, m. great-nephew, second cousin. Achting, v. esteem, regard. —seva4rdig, bi. Zie cousin. second Achternicht, v. great-niece, Achtenswaardlig. Achterone, bw. the back-way about. —hal., or. Aehtjartg, be. sight years old; octennial. w. to smuggle. Achtlanntig, by. octolateral. Actsteronder, o. stern-hold. Achterop, bw. (up) behind; disadvantageous. dee Achttettergrepl7g, by. octosyllabic. Achttanastl, bw. eight times. le —, that is the wrong way, Atobterovoir, hw. backwerde (over), eupinely, on Achtp ender, m. eight-ponder. Aeotreigelleg, be. of eight lines. — tem, octosiich. one's back. —liggend, to 7. suphie. o. eighth (part , ; crotchet; Aehtste, tw. eighth. fichterpassi, in. hind-pole, hind post. sequence of eight cards. ten —, eighthly. Achterphard, o. thill-borne. ihiller. Achtsptan, o. eight horses. Acisterpand, o. hind-skirt; out-house. Achttni, o. eight. Aehtergsinnts, v. back-yard. Aclatt ten, tw. eighteen. - de, tee. eighteenth. feehewrpoort.y. back gets; buo ➢ . Ache toon, m. octave. Achterpoot, Ira. hind-foot, hind-paw. Achevocelg, bv. of eight feet; eight-footed. Achterrad, o. hind-whee:, trailing-wheel. —iy. by. eightfold, octuple. Achtvoud, o. & Achterrilern, no. cropper. Achtzft.m, be• & bw. attentive (-1y), careful (-1y) Acitterresins, o. stern-hold. —held, v. attention, carefulness. Atlaterschtp, o. abaft, stern. to Achtztidlig, bee octolateral. Achteretattn, on. w. to stand behind, — Acontet, o. aconite. be inferior to. Athteretat, m. back•eteble; arrears. --lip, hr. in Adannettppol, m. edam's-apple. bite of a viper. Adder, v. viper, adder. —beet, arrears; —e aehuld; tie Achterstml. —engebtoed, —engebrondset, —kroost, breed of o. hackAchterat • , by. hindmost, hindermost. vipers. —kruid, viper's-grass. —spoil, venom of a part, back-aide; bum, asses. viper; viruiente,back-biting.—tone,viper'ssting; Acheerstell, o. back-part (of a. wagon). —len,ov. virulent tongue, back-biter; viper's-bugloss, w. to put (to place) behind; to postpone, to dissnake weed. regard. —Ling, v. placing behind; slighting. in. nobility. keeps —, nobility, pc,dge. Ad Achterateven, m stern. tie AdelliUk. —beret, ae —, gentry. yen Actiteratrnest, v. back-street, by-lane. midshipman, cadet. —stand, nobility; tot den — Aehteratuh, o. hind-piece. verkeffsn, to nobilitate. —revering, aristocracy. Achtertstche, re. rear. haughtiness, pride of ancestry. bw. backwards. —trots, Aehtertsit, o. back-door. —deinten, ors. w. to start back, to recoil-•gasn,on , Adelaar, m. eagle. w. to go (to draw) backwards; to decline, to decay, Adeldont, m. nobility. brief van —, patent (charter) of nobility. to grow worse. —4aten, or. w. to pall (to haul)
Disbowel (dis baaul'), v. a. ontweien. Disbranch (dig-braantsr), v. a. onttakken. Disburden (dis-buedu), v. a. ontlasten. Disburse (diz-burs' ► , v. a. uitschieten, uitgeven. —r, a. voorschieter. —meat, s. verachot. Discard (dis-kaard'), v. a. afdanken; wegwerpen, uitscliieten; ecarteeren. Disease (dis-kees' ► , v. a. ontkleeden. Discepta tion (din-sep-tee'sjun), a. geschil. — tor (dia'8ep.), s. acheidsman. Discern (diz-zurn'), v. a. & n. ontdekken, onderscheiden. —er, s. opmerker, ondersebeider. —ible, a. —ibly. ad. zichtbaar, onderscheidbaar. —ing, a. —ingly, ad. oordeelkuniig. —ing, —meet, s. schranderheid, doorzicht. Discerp (dis.surp'), v. a. in stukken scheuren; breken. —title, a. breekbaar, scheidbaar. —tion. a. vaneenacheuring. Discession (dis-ses'sjun), s. vertrek. Discharge (dia-tajaardzj'), s. leasing; ontlasting; afvuring; salvo; losgeld; vrijspreking; kwijting; uitetrooming. —, v. a. lossen. ontlasten, ontheflen (from); afschieten; vrijstellen; afdanken; ' vervullen; kwijten; v. n. zieh ontlasten; ontploffen. —r, a. lesser; vrijsteller; betaler. Disciple (dis sajp1'), a. leerling. v. a. onderrichten. —ship, a. leerlineorhap. Disciplin able (dis'si-plin-ibl), a. leerzaam, gezeggel;jk. —ableness, a. leerzaamheid; gezeggelijkheid. —ant, a. tuchtiger (monnik van eene strange orde). — arian (-nee'ri-en), —ary, a. tot eene goede tucht behoorend. —arian (-nee'ri-en), a. voorstander van goede tucht. —e (-plinl, a. tucht. krijgstucht; kastijding; v. a. onderwijzen; opvoeden; onder tucht houden. D itn (dis.kleem'), v. a. ontkennen; herroepen. —er, ontkenner; iherroeping. Dlscios e (dis klooz'), v. a. onthullen, ontdekken, openbaren; v. n. zieh openers. ontluiken. —er, s. ontdekker, onthuller. —are(• loer),s. onthulling, ontdekking. Discolor (dis-kul'ur) v. a. doen verkleuren. —fiction lee'sjun), s. verkleuring. Discomfit (dis-kum'fit), —ure (-tjoer). a. nederlaag. —' v. a. verslaan. Discomfort idis-kumlurt), a. miatrooatigheid; leed. v. a. bedroeven. Discommend (die-kum.mend'), v. a. berispen, mioprijzen. —able, a. laakbaar. —alien (kom mendee'sjun), s. berisping; baking. —er, s.misprijzer. Discommod e (dis-kum-mood'), v. a. lastig vallen, belet doen. —ions, a. lastig, hinderlijk. —iousness, —ity (mod'it-tih), a. overlast; hinderlijkheid. Discon000ion (dis-kom'mun), v. a. van gemeenterechten berooven. Discompos e (dis-kum-pooz"), v. a. verontrusten• ergeren. —ure, (-zjoer) verwarring; ontateltenia. Disconcert (dis-kun-surt'), v. a. uit het veld slaan; verijdelen. Disconformity (dis-kuu-form'it-tih), a. ongelijlevormigheid. Discongruity (dis-kiln-groe'it-tih), a. onbestaanbaarheid, aandruisching. Disconnect (dis kun-nekt'), v. R. scheiden.
Embroider (e.n-broj'dur), v. a. borduren. —er, s. borduurder, borduureter. —y, a. bordaarwerk. Embroil (em-broji'), v. a. verwarren, verlegen maken; (in) verwikkelen in. Embryo (em'bri-o), a. onvoldrggen vrueht; eerate ontwerp. —n, a. onvoltoold. Emenda bin (e mend'ibl), a. verbeterlijk. —Non (em-en-dee'Rjun), s. verbetering. —toe (em'endee tur), 8. verbeteraar. —tory (-de-turrih), a. verbeterend. Emerald (em'e-reld), a. smaragd. Emerge (e-murdzj'), v. n. oprijzen, opkomen, to voorschijn komen (from). —nee, —ncy, a. ophoming ; onverwachte , omstandigheid, toeval; noodzaak. —nt, a. opkcmend; onverwacht, plotsoling; dringend. Eaneriteel (e-mer'it-id), a. na volbrachten dienst ontslagen; emeritus. Emerolda (em'ur-ojdz), s. aambeien. Emersion (e-mur'sjun), a. te-voorsehijn-koming; wederverschijning (eener ater). Emery (em'ar-rih), a. amen'. Emetic (e-met'ik), a. braking verwekkend. —, s. braakmiddel. Emeu, Emew, (ie'mjoe), a. keener's. Entication (em-i-kee'sjun), a. vonkeling. Emlction (e-milesjun), a. waterloozing. Emigra nt (em't-grent), a. uitwijkend, verhuizend; a. landverhuizer. —te (-greet), v. n. uitwijken, verhuizen. —tion gree'sjun), a. landverhuizing. Eminen ce (em'i-nens ►, _cy, s. verhevenheid, hoogte; uitstekendheid; eminentie. —t, a. —tly, ad. verheven; hoog; uitstekend. Emissary (emle-se-rih), a. verspiedend. a. zendeling; verspieder. Emission (e-misj'un), a. uitzending; uitgifte. Emit (e-mit'), v. a. uitzenden, uitgeven, uitvaardigen; afechieten. Emmet (em'init), a. mier. Eminew (em-ntjoe'), v. a. opsluiten (in eene kooi). Etnolli ate (e-mol'ii-eet), v.a. verzachtend.—ent, a. verzachtend; a. verzachtend middel. —tion lem-ol-lisrun), a. verzachting. Emolument (a-morjoe-ment), a. voordeel; Emotion (e-mo'siun), a. ontroering. Empale (em-peel'), v. a. ompalen, apietsen. —ment, a. ompaling; spletsing. E-npanel (em-pen'il), a. a. naamlijst van gezworenen. v. a. op de naamlijat der gezworenen plaatsen. Empark (em-paark'), v. a. ombeinen; in een park sluiten. Eanpasm (em'pezm), a. stankverdrbvend poeder. Emperor (em'pur-ur), a. keizer. Empha sis (em'fe-sis), s. nadruk, klemtoon. —size (-aajz), v. a. nadruk leggen op. —tic, —tical, a. —tically, ad. (-fet'ik-), nadrukkelijk. Empire (em'pajr), a. keizerrijk; rijk; heerschappij. Empiric (em-pir'ik), —al, a. —ally, ad. op de ondervinding steunend, empirisch; kwakzalverig. —, a. kwakzalver. (-1-aims), s. empiric kwakzalverij. Emplast er (em-plaas'tur), v. a. met eene pietater beleggen. --lc, a. 1tjrnerig; kleverig.

Is Gemini uitwisseling verslag aan IRS


on. w. to shiver (van, with), to shudder (vest, at). roughness, uneouthness; plumpness, bluffnese; —leg, by. shivering, chilly; 'whimsical, freakish, bluntness, dullnem. —hada', v. mv. ab ielve capricious; fantastic, droll. —/igheid,v.chilliness; words. whimsicalness, freaklehness, caprleionsness; fan- Grol, v. silly tale, antic. —len ',taken, to play tasticainess, drollery. —ling, v. shivering, antler —lenmaker, antic, buffoon. —Zen, on. w, to grumble; zie Krollen. —lig, by. & bw. shiver. Grim, v. wrath, anger. —beAken, to show one's facetious (-Iy), foolish (-iy), silly ( fly). teeth. —Zech, malicious smile, grin, —/achen, to Groin, o. entrails (of a Ash). —pot, grumbler. Grommet en, on. w. to welter, to wallow. —in, grin. Grimes, y, grimace, antic, wry face. --‹en ma- be. weltering; dirty.—ing, v. waIlowing;dirt,rnire. ken, to cut faces, to 1)1 , Y antics. --serimakir, Groner"' en, ov. w, to gut (flsh);on.w. to grumble, buffoon, to growl, to scold. —ig, by. grumbling, cross; not well gutted. GrImmelen, on. w. to sworn. GrIntin en, on. w. to loam with raga, to roar; firmed, no. ground, floor; earth; field; bottom; to whine, to whimper. —cc, m. whiner. —ig, be. bank, shallow, depth; basis; principle- cause, & 9w. grim (-iy), furious. (-Iy), wrathful (-Iy). reason. in den —, thorough:y, entirely, radically, perfectly. in den. — boren, to sink, to run down. —4, held, v. wrath, wrath/One., rege, anger. GrIoniken, on. w. to neigh; to sheer, to eunper. to —e gaan, to 'sink, to founder, to be ruined. Grine, v. second flour (of buck- wheat); gravel, to —e richten. to ruin, to undo. —beginiel, principle. —belasti up, grit. —weg, gravel-path. ground-tax. —bestanddeel, fundamental part. —bew(ys, principal proof. Grist en. no. w. to pilfer. —er, in. pilferer. Greet', v. furrow, channel, groove, noteh; grave; —break, breach in a dike. —brief, mortgage. schattine, ground-rent. —eigenaar, landpit, quarry. — *jeer, groovl.g-tool. —werk,chati- holder, landed proprietor. —eiyandoni, real estate, melted work. Groel, m. ;growth. —kracht, vegetation, vegetative landed property. —gebied, territory. —gebouw, faculty. —en. on. w. to grow; (in) to delight in. foundation. —petal, cardinal number,- —haak,gaff, —ing, v. growing, growth. —eel, rr.grov th,—zaam, boat'ehook. —hem landlord, lord of the manor. by. favorable to vegetation. —zaamheid, MAY.- ground-ice. kleur, prime color. —kundig, knowing all the shallows. —Teen, fief. —leer, funabtenees to vegetation. Groan, by. green; unripe; verdant; young, unex- dementsl doctrine, principle. —/egger, founder. o. green, —legging, foundation. —lea, zie Groqdroorel. m. novice. green-horn. perienced. — corrosalc, first cause. —peal, stake to build upon. —color; greens, vegetables; verdure. --beer,—man, —verkeoper, herb-man, green-grocer. —boerin, —paeht, —rente, ground rent. —repel, principle, —verkoopster, —cream, herb-woman. —haring, fundamental rule,axioru.—recht,rights of a mono' green herring. —kelder, cellar where green* are —sap, —sop, grouuds,dregs,sediment.—scheiding, to be had. —mand, green-basket. —markt, herb- dernarcetior► . —slag, basis, foundation, ground. market, green-market. —meisje, girl that sells --vtlenefoundation-stone.—stelling i aitlommaxinr, greens. —noes pot-herbs, green, —tuin, kitchen- —stem, bass. —atof,ele (gent; raw material. —t aal„ cantharie. original !anima? —teekening, plan, ichnography. garden. —wink, green green-shop. —achtig, be. greenish. —en, —tekst, original text. —torn, tonic, key-note, funon. w. to grow green, to sprout out. —heed, v, dements"! tone. —touw,relievinte rope.- -trek,primgreenness. —ig, by. greenish, verdant. —igheid, v. itive 'stroke, — trait, cheracterietic solid, firm, —verdeeling, division of grounds; primitive greeniehnees, verdure. —ling , no. green-finch. Groente, v. verdure; greene, pot-herbs, vegeta- division, diatrieution, —verf, prime color, —terven, to prime. —rest, foundation, fundament,baee. • -soep, soup with greens. Groen —vesten, to found., to ground, to ley the foundaVoor de verdure samenstellingen zie onder tion of. —nester, founder. —vesting, foundation. Grevereitje, o. novice, green-horn; bergamot. —viable, surface, Area, ground-plot, base. —weer(Cree ► , v. group, cluster, crowd; ditch, trench. held, fundamental truth. —werk, ground-work. - eeren,ov.w. to group. Greet, m. greetlrg.oalutation,bow, salute. —en, --wet, fundamental law; constitution. —mord, tvr. w. to greet, to salute, to 'aow to; to take primitice word, radical. —cl a m. —elingon.grouudleave. tic gruel a, adieu! farewell I greet hem van ling. —neon,, by. groundless, bottomless, unfath' msj,remember me to him,preeent my CO ► plitnenrm omable; boundless, inexhaustible, infinite; un(reepects) to him. —eerie, v. salutatio ►., compli- searchable. —eloosheid. v. groundleneness; unfathmente, respects, remembrance. omable depth; boundleeeness, infinitude. —en, Groev e, v. Zie Groef. —en, or. w. to reeve. ov. w. to fouled, to ground. to lay the foundation of, to hue, to prime (Wee/lade', ; on. w. to sound. Groeso, v. first verdure. Grof, be. & bw. coarse (-1y), roogl ► (-1y), uncouth —ig, b v. & bw. fundamental (-1y); thorough (-1r), solid (-1y), profound (-Iy); tasting of the mud. (-1y); plump (-1y), bluff, blunt (-1yo dull (-y); great (-1y). grove fast. groins fault, blunder. — —igheid, v. solidity, profoundness, radicality. geschut, heavy guns, ordnance. grove stem., hellow Groot, o. groat. hall a sliver; wholesale; largevoice. — spelen, to play deep. Alj maakt het to —, hand. in het —, wholesale. de —en, the great. een he goes too far. —grein, grogram. —Wag, cor- spaarisc' d —e, a grandee. —, ha. great, large, big; palest, plump. —/iivigheid, corpulence. —sekrift, bulky, capacious, roomy; tall, high; grown tip; large.hand. black-emith. —echtig, by. important, renowaed, grand, eminent. —e letter, rather coarse, — groan. —held, v. coarsenese, capital (letter). — ear, good hour. — secedes,

Wat is Binance waard


Wean e (wiev") [wove woven], v. a. waver, vie6.,- Welcome (werkuna), a. 1 eikern to bid —, wedtram beaten. you are — to it, het in tot awe ten; (into) sereeurgeu met ; rnengeu its; v. n. dienst. —, a. welkomat, verwelkoming. —, v. woven. —er, e. waver. —ing, a. het weven; —loom, a veswalkomen. —, int. welkom! —ness, a. weefstoel, weefgetouw. (het) walkout zijn. —r, a. verwelkomer. Weasen (wren, a. dun, wager, ingevallen. Web (web"), a. wee:jowl; web; viies op het oog; Weld (weld'), a. wouw (plant). —, v. a, aaneen Ming, ecberp; epanzaeg; tusaehenruimte. —footed, smeden, welters. —er, a. aaneenameder; yachter. lust zwemvliezen. —bed (webd), a. door ern vile* —ing, a. het wellen; —heat, nmendhitte; —seam, eolneernaald. verbonden. — by, a. vliezig, webachtig. —eter, a. Welfare (welleer), a. welvaart. waver. Wed (wed'), v. a. & 11. huwen, trouwen (to, aan. Walked (weikt), a. gerimpeld. with, met). —dad, a. gehuwd; (to) verbendeu, Welkin (werktn). a. luchtgewelt, ultspanse. gehecht eon. —ding, a het hewers; trouwplech Well (well'(, a. wel, bran, put; waterbak; viaehbun„pompzeo; ruimte voor eene trap. —bucket, tigheld; bruilott; —day, trouwdeg; —dinner, bruiputs. —head, ooeaprong eener bron, —hole, loftsmaal; —garment, —gown, bruide-. brunetteruimte voor eene trap. —room, hoosgat. —sinker, kleed; —ring, trouwring; —song. bruiloftalied. welhoorder. —spring, bronwel. —water, bran, Wedge (wedzj'), a. wig, keg, atootkeg; klomp. welwater. —, v. a. ultatorten; v. n. wellen„ op—shaped, —sesta, wigvormig. —, v. a. kloven, spiljten; keggen, vastwiggen; belemmeren; (in) NVell (well'), a. & ad. wel, gezond, welvarend. indriPen, inpereen; (on) vastwiggen. hersteld; goed; behoorlijk, gepaat; gelukkig; Wedlock (wed'lok), a. huwelijk; echtelijke gunetig; voordeelig; op eon' goeden voet; in ataat. gunat, gezien (with, IAD; toerelkend, voldoende; Wednesday (wenedite)„ z. woeuvdag. Weed (wird'), a. onkruid; emceed, kleeding; 4 ta- gaatne; rear. —, —then, nu! welaan.1 as — as, soowel ale. — enough, tamelijk wel, veil goad. Ink. —ashes., pl. weedaseh. —hook, —ing-hook, —lo.do, —to-live, welgenteld, beiniddeld. —near, wiedmea, acnotrel. —, a. A. wteden; uitroeien; zniveren. —er, a. wieder. —118e, a. vrij van on- — nigh, bolna. tars — that ends —, het elude kroont het week. to be — off, er goad aan toe zijn. kruld. —a (wiedx), pl. rouwgewead. —y, a. vol —a day, ate Wellisway. —affected 1-et-fekt-Id ► , onkruld. a. weigezind. —aimed (-estred'), a. goed gemikt. Week (wiek'), a. week. 'day, werkdag. —ly, ft. —beacea (blet'n),a.goed gebaand.—being weke(ijkach; ad. wekelijks. a. weletin. —beloved (-be-luvd'), a. veelgelield. Weal (win), a. vischtuik; draaAolk. —born, a. van ivied, gehoorte, —bred, a. welopVeen (wten), v. n. wanen, eneenen, Weep (wisp;') [wept], v. a. beweenen; bevocliti• gevoed. —conditioned (-kun-dlerund), a. in goeden toest and, on beschadigd. —descended (-de-isend'id), gen; weenen, vergteten; v. n. weenen (at. for. a. van goede atkomst. —deserving, a. verdiensteaver). —er, a. weener. —era (urn), pl. rouwstrooMk. —disposed, a. gunstlg geeternd. —doing, a. ken. —kg, a. —ingly, ad. weenend. —ing-willow, edel haradelend; a. goads 'sverken; welstand. treurwlIg. —dune (-dun'), int. braafl goed zoo! —favored Weerlith (wier'i , j), a slap, flauw; gemelijk. Weet (wlet) [wail, v. a. weten. —lees, a. niet (-fee'vurd), —featured (-fiet'joerd), a. bevellig, schoon. —feel, a. weigevoed. —grounded onbekend met. watend; (-graaund'id), a. welgegrend. —known, R. welbeIA/e'en (wiev'1), a. korenworm. kend. —mannered (-men'nurd), a. welgemanierd. Weft (weft), a. onbeheerd goad; aeahtje; vv eeriel; —meaning (-naien'ieng), a. welmeenend. —meant, inalag. a. welgemeend. --met (.met'), a. Nat van pas; Welsh (wee'), a. waeg (raker gewicht; zekere int. welkorn! —minded (.majnd'id), a. welgezind; mast). —bridge, wipe. weegbrug; weegtoeatel. —house., waag. — master, waagmeeater. —money, oprecht. —natured (-nee'tjoerd), a. goedaardig. —pleasing (-plie'zing), a. welgevallig. —seen, a. waaggeld. —. v. a. wegen; ire eeurnerki ng nemen, overwegen. — anchor, het anker Hasten. (down) zeer ervaren.—shaped (-sheept ),—turned(-turnd'), a. welgemaakt. —spent, a. welbeeteed. —spoken neererukken, overladen; zwaarder wegen clan; (-apo'kn), A. welbeep•aakt. —tasted (-teant'id), overtretten; (out) letj het gewicht verkoopen; overa. amakelijk —timed (-tajuld'), a. to rechter treften. —. v. n. wegen; van gewieht zijn. (down. neergetrokken wordeu; bezwijken. —able, a. tijd gedaan. —traded (•tree'did) at. nerIngrijk, —weighed (-weed'), a. vel overwagen. —wilier weegbaart —goods, stortgeederen. —aye, a. weeg(-wil';ur), a. goedgunetig peraoon, begunetiger. loon. —ed (weed;, a. gewogen; overwogen; erva—wish (-whi)'). a. goedganatigheld, gelukwenech. ren (in). — er, a. wegor; waagmeeeter. —ing, e. —wisher (-win)'nr), s.begunetlger,gelukwenscher. wegingi gewogen hoenelheid; —house, waag; —wrought (-rant'), a. doorwroeht. —machine, weegtoestel. 1114/eight (west'), a gewirht; zwaarte. of full —, Welt (welt'), a. rand, zoom; ornhoordael. —, a. zoomen; ombooeden. —er, v. n. deli wenwichtIg. —ed, a. bezwaerd; beladen. --ily, ad. telen. —y, a. meat; gewtehtig. --ineee (-i-nesR), K. zwaarte; gewlchtIgheld. —lees, a. licht: ntat gewichtig, Kern (wen), e. wen, ultwae. Weird (wierd'), a in tooverkhesten bedreven. Wench (venter), a. deem; lichtekooi; 4 kleurling, negerin. v. rt. hoerenjagen. —er, a. lios. —sisters, schikgodinnen. Welaway (we('e-wee), Int. nth! och he! o je- renjager. Wend !wend) [went], v. n. warden; gaan. rum! wel Wel!

Angola, Benin, Botswana, Cameroon, Ghana , Kenya, Mauritius, Namibia, Rwanda, South Africa, Tunisia, Uganda, Zambia, Armenia, Bahrain, Brunei Darussalam, Hong Kong, India, Indonesia, Jordan, Kazakhstan, Korea, Kuwait, Kyrgyzstan, Macao, Maldives, Mongolia, Nepal, Oman, Philippines, Singapore, Taiwan, Uzbekistan, Australia, New Zealand, Andorra, Austria, Belgium, Bulgaria, Croatia, Cyprus, Czech Republic, Denmark, Estonia, Finland, France, Gibraltar, Greece, Guernsey, Hungary, Iceland, Ireland, Isle of Man, Italy, Jersey, Latvia, Liechtenstein, Lithuania, Luxembourg, Malta, Monaco, Montenegro, Netherlands, Norway, Poland, Portugal, Romania, San Marino, Serbia, Slovakia, Slovenia, Spain, Sweden, Switzerland, Turkey, United Kingdom, Aruba, Bahamas, Barbados, Bermuda, Canada, Cayman Islands, Costa Rica, Curaçao, Dominican Republic, El Salvador, Guatemala, Honduras, Jamaica, Mexico, Nicaragua, Panama, Trinidad and Tobago, United States, British Virgin Islands ,Argentina, Brazil, Chile, Colombia, Ecuador, Paraguay, Peru, Uruguay

Wat betekent BTC betekenen sms'en

×